Ballade van de gebroken delen/leden
|
|
|
|
Ballade van de
gebroken delen/leden of Ballade van de
gestokte harten Van de gebroken
vingers aan kapotte pols Krakende knieën, Heupgewieg, Gekneusde ribben Van doven die
spreken Zonder bril niet
gekeken Hoe hard het kon
gaan In ons
oudefietsersbestaan Ze geselen de
clips, blaren op hun bips Ze snuiven,
vloeken, Desnoods met de
hand in ’t gips Niet aflatend
beuken, afzien, tobben Dat staat in hun
blazoen Ware bikkels
zijn het Geen watjes Weten precies
ook wat ze doen En waarvoor De meet,
grandeur, aandacht, de zoen Wie is dan mijn
hartendief Wie stal mijn
hart en ritme Wie wie houdt er
zoveel van mij Dat zij, ja, dat
zij, waar zit ze Wie, o wie, wie
raapt het op mijn gebroken
hart en mijn gebroken
fiets wie zal ik
straks kunnen vertellen hoe groot mijn
pijn is, mijn smart door het vallen,
uitvallen, hoofdpijn of zoiets Ach, het is
alles zo broos Als je voor het
grootste hoogste gaat Het zijn de
helse cols waar je voor koos Boven is het
slechts de ijdelheid die staat De knuffel, schouderklop Goed gedaan, het
is gedaan Maar met zoveel
en groot malheur Is ’t gauw
gedaan, het is gedaan De gewone sleet,
gebit en bril Gehoor niet
goed, een nieuwe pil Het gaat niet
hard, maar ook niet traag ’t is als met
eten Dat verteert in
onze maag Een ploegarts
zou hier niet misstaan De blessurelijst
is lang Zoveel pijnen in
een lijf bijeen Van hoofd tot
schouders, knie of teen En alles wat
daar tussen zit of staat Kan kapot of
zeer gaan doen De een die rijdt
gebroken voort De ander haakt
al af voordat ie gaat Stoempende
stoere gladiators Van de bosrand
langs de bomenschors Onbevreesd
weerstaan ze elk gevaar met verhalen; ze
praten allemaal door elkaar Verhalen, groter
kunnen ze niet echt Wel veiliger,
als je aan een lang wielerleven hecht Zo feest een
club haar jaarlijks feest Zo delen w’onze
smarten Hoe mooi en
blinkend ook een fiets Slechts door
beweging doet ie niets Maar o, o groot
geluk Dit peloton
wordt oud en gaat niet stuk Want doe zoals
zovele wielerknullen Als je niet meer
fietsen kunt: er over lullen |
Louis
Raaijmakers 31-10-2009 |