Abdijtocht 2002

 

Je neemt ze mee.

 

 Ze dat zijn Piet, vriend van de Kesselotto`s uit Haarlem, bootsman van de Animo, lijkensnijder aan de Vu, dé  Gekkodeskundige van Nederland, en in zijn vrije tijd voorzitter van schaats- en wielervereniging “ Dé Kampioen” , wat toch net wat anders klinkt dan voorzitter van wielervereniging  40 + ;,

 Én

 Stef, zoon van Giovanni himself, eigenlijk een voetballer maar in zijn jeugdige overmoed , het moet gezegd helaas met enig succes  Jan`s uitdager op de stalen rossen.

 

Het is de maand mei,  Maria maand.

  Iedere zondagochtend voor dag en douw lopen de bedevaartgangers vanuit alle windstreken naar de Dom van `s Hertogenbosch of de kerk van Ommel, de schut loopt voorop in de Mariaprocessies die in alle uithoeken van het Zuiden georganiseerd worden en de apostelen van de weg verzamelen zich op de laatste zondag van mei bij de poort van het Trappistenklooster in Tilburg om  per velo een bezoek af te gaan leggen bij de trappisten van de Achelse kluis in het verre Belgie.

 Een tocht van 120 km op en neer.

 

De hele week heeft Erwin Krol het Nederlandse volk al gewaarschuuwd voor bar weer; harde windstoten, regen en een te lage temperatuur  voor de tijd van het jaar, zullen de pedaleurs moeten getroosten.

 Maar weinigen staan dan ook aan het vertrek.

 Dat geldt ook voor de vertegenwoordiging van 40 +  Andre ,Willem. Louis en Jan zijn van de partij.

 Het is jammer dat Hilbrand, de man van de grote molen en freelance plezierig schipper  als gevolg van een moment van te sociaal gedrag of gewoon slecht agendabeheer verstek moet laten gaan.

Het zou een typische tocht worden voor de 40+ winterhelden.

 

Piet was de avond van te voren al in Tilburg gearriveerd.

 Stef werd de stad ingestuurd  zodat de oude rotten  alle tijd en ruimte hadden om de koerstaktiek te bespreken .

 Pas 9 rode chimay`s later en inmiddels na  middernacht wisten Jan en Piet op welke wijze ze Stef de volgende dag kapot zouden rijden.

 Goedgemutst zaten ze  dan ook na een ronkende nachtrust zonder kater om 8 uur aan het ontbijt.

Goeie koffie, broodjes, een bakje  muesli met yogurt , mueslirepen en de vertrouwde bananen werden ingeslagen. De bidons werden gevuld met water met iets erin;  nieuw dit jaar maar wel meer en meer goed gebruik in het peleton.

 

Net na negen gaan we op pad. Willem en Jan pakken meteen de kop om zo voor de  groep een beschermend schild te vormen tegen de harde zuidoosten en dus tegenwind.

 De harde wind en de zwaarbewolkte Brabantse luchten doen vrezen dat Erwin deze keer wél een goede voorspelling heeft gedaan.

 Desalniettemin, voortvarend stoempen de coureurs richting Moergestel, Middelbeers , richting de 8 zaligheden.

 De stemming is goed op een kleine onregelmatigheid bij de beklimming van de Col “ du route de Reusel” na.

 En dankzij de eendrachtige samenwerking kwam  het peleton dat een kwartier voor ons vertrokken was, weldra in het vizier .

 Nog slechts 200 meter was het gat op het moment dat de achterband van Piet zijn laatste lucht uitblies.

 Voor Piet het moment om te laten zien dat hij de wijze lessen  uit de technorubriek  “Jan weet er alles van “ van het wielerblad Surplace  zich nog niet eigen gemaakt heeft en voor Stef het moment om uit te blazen en energie te tanken op het toevallig aanwezige bènkske.

Ruim een kwartier later  kunnen we onze weg vervolgen.

De cadans hebben we snel weer gevonden en dwars door de prachtige Leenderbossen en over de Leenderhei naderen we het klooster van de Achelse kluis.

Net op tijd voordat Stefs laatste krachten zouden vervliegen.

 Het lijkt er op dat de afgesproken taktiek om stug tegen de wind in te blijven beuken, succesvol kan worden.

 

Tijdens de pauze doen we ons te goed aan koffie met Belse vlaai, een nieuw isodrankje van 3Es; ook in isovorm zonder enig sexapeal.

En vrijwel tegelijkertijd met het peloton vertrekken we voor de terugtocht.

 Vrijwel tegelijkertijd zei ik, want we zien ze voor ons uitrijden en nog met koude spieren zetten we de achtervolging in om snel achteraan te sluiten.

 De route gaat door de prachtige Malpie waar onze valhelmen uitstekende diensten  bewijzen als bescherming tegen het bombardement van vogelpoep.

We blijven aan de staart van het peleton fietsen.

 Ruimte om goed naar voren te sluipen is er niet zodat we in het bochtige parkoers constant aan het elastiek hangen; Flink afremmen voor een bocht  om vervolgens voluit aan te moeten zetten.

Een kilometerslange intervaltraining.

De  3 es, de cola en vlaai zijn dan ook snel uitgewerkt bij Stef.

 Zijn krachten vervliegen als sneeuw voor de zon en we laten het peleton dan ook schieten.

 

De man met de hamer beukt op Stef in en we laten het tempo nog verder zakken.

 De groep oude mannen ontfermt zich en masse vaderlijk over de jeudige overmoedige.

We houden hem uit de wind en praten op hem in.

Er ontstaat een dispuut over de gewenste opvoeding  voor Stef tussen de principielen ( “hij moet straf krijgen want hij houdt ons op ” en de rekkelijken ( hij moet een medaille krijgen, zo`n jonge vent onder barre omstandigheden meer dan 100 km fietsen)

Terwijl het dispuut tussen Piet en Jan enerzijds en de sociale André en die altijd maar weer goeiïge louis anderzijds hoog oploopt en Willem ons stoïcijns de weg blijft wijzen, hervindt Stef geleidelijk aan  zijn adem en bekent  op hét moment van overgave aan zijn vader dat hij al 9 doden gestorven is om vervolgens in een bocht onderuit te gaan om verdwaasd in de berm te blijven liggen.

” Ja joh, dan voel je dat je leeft” steekt Jan Stef een hart onder de riem onderwijl innerlijk triomferend.

Voorlopig is Giovanni Kesselotto nog de enige echte campiomissimo de Familia!

Inmiddels is het gaan regenen .

We trekken onze regenjackjes aan en vervolgen onze weg.

 Ik blijf naast Stef fietsen en hou Piet , nu Stef zijn bekentenis gedaan heeft, vanuit mijn ooghoeken in de gaten.

Hij zal toch wel weten dat het weekend is.

Het asfalt glijdt onder onze bandjes door en kilometer na kilometer hervindt Stef zijn krachten. 27 km , wordt 28 , wordt 29 en weldra fietsen we gewoon weer met 31 km per uur door het Brabantse land.

 Nog een stukje langs het kanaal, de bocht om en we zien op het einde van de laan het trappistenklooster wenkend liggen.

Innig tevreden vanwege weer zo`n mooie tocht op de erelijst peddelen  de oude rotten naar de kloosterpoort.

 

 Maar dan , behendig sturend tussen de volgwagens plaatst Stef een flitsende demarage en passeert alle veteranen en als eerste de meet.

Gelukkig nog net niet in het blikveld van Marie josé, vrouw van Piet en Ardy die juist op dat moment het kloosterterrein opgestapt zijn.

Een perfecte timing want zo werd het wel gezellig met glazen trappistennat voor de helden van de dag.

 Piet en Stef hebben het grootste woord.

 

Nippend aan de heerlijke dubbel valt mijn oog op het beeld van st. Christoffel hoog op de kloostertoren. Ik mijmer nog wat na over de tocht en denk aan Stef en Piet;

“Je neemt ze mee maar de tijd die de 40 + winterhelden voor ogen hadden en waarmee we het record van het vorige jaar met 45 seconden gebroken zouden hebben, werd natuurlijk zo niet gehaald. ….. Heren het volgend jaar meer trainen, trainen en nog eens trainen en bij den Ervo gewoon een paar keigoeie báááánden kopen”.

St. Christoffel knikt en geeft me een vette knipoog.

 

Giovanni Kesselotto