We hebben haar al kort geïntroduceerd: Ellen Ceelen uit Tilburg. Gewoon leuk om te vermelden dachten we. Dat de oudste deelnemer goed kan fietsen is duidelijk. De prestatie is er niet minder om. Maar de jongste deelnemer? Wat moet er wel niet door je kinderhoofdje omgaan als je op dertienjarige leeftijd aan Luik-Bastenaken-Luik meedoet? Zo diep ging ons interview in La Reid nou ook weer niet. De redactie was zeer aangenaam verrast dat Ellen haar eigen verhaal over dit huzarenstukje ook nog eens onder woorden had gebracht. Ze kan niet alleen goed fietsen, ze schrijft ook nog leuk.

Ik geniet daarvan – JL.

Dertienjarige is niet eens echt kapot na 125 kilometer

 

 

'Ik ben best trots op mezelf'

 

 

 

Ellen Ceelen

 

Begin juli was ik op een tuinfeest en daar kwam het onderwerp 'Luik-Bastenaken-Luik' ter sprake. Mijn vader vroeg toen aan mij: "Lijkt het je leuk om mee te gaan?"

 

Ik wist niet zeker of ik dat wel kon, maar toen stelde hij voor dat, als het in de komende vakantie niet goed zou gaan met het fietsen, ik altijd nog kon zeggen dat ik niet mee zou gaan. Ik zei dus, dat ik voorlopig wel mee wilde doen.

 

Louis, die het ging organiseren, stelde voor om voor mij uit te zoeken hoe en wat ik moest eten. Als ik terugkwam van vakantie zou hij dat weten.

 

Thuis zat ik te denken 'kan ik het eigenlijk wel'. Ik had vorig jaar met mijn vader al in vier dagen ongeveer vierhonderd kilometer in Nederland gefietst. En in mei ben ik met de fietsclub van mijn vader en moeder meegegaan naar de Vogezen. Daar heb ik de Col du Bramont beklommen (Bijna duizend meter hoog). Ook gingen we nog op vakantie naar Tsjechië, waar ik veel kon trainen. We hadden al besloten om de racefietsen mee te nemen.

 

 

Tsjechië

In Tsjechië zijn we eerst een keer een afstand van dertig kilometer gaan fietsen. Bij de eerste berg fietste ik me al helemaal kapot. Ik was zo door mijn energie heen.

 

Toen ik terugkwam kreeg ik de eerste les: sparen! Als ik meer zou sparen en over zou houden bij elke berg, dan kon ik makkelijker een langere afstand fietsten. Zo gezegd, zo gedaan. De volgende keer zorgde ik ervoor over te hebben bij een klim. Het ging al beter. Het volgende punt was dat ik, als ik een lange afstand ging fietsen, niet meteen te snel mocht gaan, dus eigenlijk ook sparen. Ik hield al beter rekening met deze dingen en ik merkte het ook..

 

 

 

 

 

 

Toen ik de eerste keer terugkwam van het fietsen was ik helemaal kapot.

Maar na een aantal keren een langere afstand fietsen kwam ik veel minder vermoeid terug.

 

Na twee weken vakantie in Tsjechië besloten mijn vader en ik een langere en voor mij beslissende tocht te rijden. Het werd een tocht van negentig kilometer. In de bergen dus. (ik weet van pa dat het gemiddelde 20,4 was. - JL). Ik kwam niet zo heel moe terug en dat betekende voor mij dat ik L-B-L ging fietsen.

 

Thuisgekomen van vakantie lag er een mailtje van Louis van wel drie pagina's. Hier stond op wat ik wel en niet moest eten en hoeveel. Natuurlijk moest ik bananen eten en vijf stuks fruit of groente per dag. Maar het allerbelangrijkste was dat ik regelmatig moest eten. Vooral tijdens het fietsen.

 

 

LBL- dag

 

Toen kwam het weekend van 10 augustus. We gingen op vrijdag kamperen vlakbij Luik.

Om vijf uur in de morgen werd ik wakker gemaakt. Om kwart voor zes zaten we in de auto. We waren met twee ploegen, één die de 125 reed en één die de 175 reed.

We vertrokken tegelijkertijd, dus om zes uur kwamen we aan. Iedereen ging inschrijven en rond zeven uur vertrok de eerste ploeg. Om halfacht zag ik dat iemand die de 125 reed al vertrok, dus deden wij dat ook.

 

De route was mooi en zwaar, maar dankzij alle stops die er onderweg waren was het goed te doen.

 

Na veertig en tachtig kilometer was er een stop waar stoelen, eten en drinken waren (meegebracht door vaders, moeders, mijn zus en vrienden). We konden daar even goed tot rust komen. Ik was niet moe toen ik bij de eerste stop was, maar bij de tweede hadden we net de Rosier achter de rug, dus toen was ik wel een beetje moe. Maar ik had de hele tijd gespaard, want ik wilde toch wel proberen om de Redoute te fietsen.

 

Toen we aan de voet van de Redoute waren dacht ik: nu komt het. En het was steil! Ik heb hem wel helemaal gefietst, maar de laatste twee meter stond ik bijna stil. Ik vond het erg goed van mezelf en ik was niet eens zo kapot. Toen we er honderd kilometer op hadden zitten begon het te regenen. Best hard, want het water stond in mijn schoenen. Maar toen ik eenmaal nat was maakte het ook niet meer uit. We hoefden niet zo ver meer.

 

Toen we dichter in de buurt van de finish kwamen kroop ik steeds een beetje naar voren. Ik wilde namelijk als eerste van onze ploeg aankomen. En het lukte: ik ging de finish over en had het gehaald!

 

Ik ben erg trots op mezelf dat ik het heb gehaald. Maar dat had ik zeker niet gekund zonder Louis die het perfect georganiseerd heeft, en de mensen die bij de stops stonden!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Le Championner oktober 2002