Zware renner in voordeel op de afdaling ???????

 

Onze 40+ fysicus Pierre, stelt de redenering van Taco Nieuwenhuis aan de kaak!!!

 

In de Volkskrant van 17 maart 2001  lezen we:

Het Schavot

Dalen zware renners nu wel of niet sneller ?

Het antwoord komt van fysicus Taco Nieuwenhuis.

Houdt u vast.

Boven op een berg wordt potentiële energie  (m x g x h :  massa x zwaartekrachtversnelling x hoogte)

Omgezet in kinetische energie (0,5 x m x v : v is snelheid in meters per seconde).

Stellen we m en v aan elkaar gelijk , zodat de potentiële energie onderaan  is omgezet in

kinetische energie, dan valt de massa uit de vergelijking.

 

Uit m x g x h = 0,5 x m x v2 volgt: v = √(2 x g x h): de gewonnen snelheid staat los van de massa!

 

Is dat alles?

Neen.

Want bij hogere snelheden gaat de luchtweerstand een steeds grotere rol spelen.

Wat gebeurt er?

Vanuit stilstand zal de snelheid van de fietser toenemen, onafhankelijk van de massa.

Tegelijkertijd wordt de wrijvingskracht groter en groter.

Volgens de zoveelste wet van Newton ondervindt een grotere massa daarvan minder hinder dan een lichte.

(Zwaartekracht is m x g en wrijvingskracht A x n x v2    ,

waarbij A een dimensieloze constante is en n de dichtheid van de lucht in kg per kubieke meter)

Stellen we wrijvingskracht en zwaartekracht gelijk, dan leidt dat tot de volgende formule,

 waaruit de maximale snelheid van een dalende renner is af te leiden:

 

 

 

 

 

 

 

 


Bent u daar nog?

 

Conclusie : de uiteindelijke snelheid is evenredig aan √m : hoe groter de massa, hoe hoger de daalsnelheid.

De oude kleppers pakten boven terecht een bidon met lood.

Zoals het Schavot, ondanks feestpakket zonder natuurkunde, wel had verwacht.

 

 

Nou lijkt dit een aardige redenering, maar………

Binnen de gelederen van 40plus fietst een kritische geest,

die daar toch zo zijn kanttekeningen bij zet!

 

Hij doet dat als volgt !

De situatie

Een wielrenner daalt een helling af met hellingshoek a:

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Na verloop van tijd krijgt hij een constante snelheid.

 

De vergelijkingen

We kunnen dan zeggen dat de voorwaartse aantrekking ten gevolge

van de zwaartekracht even groot is geworden als de tegenwerkende

kracht ten gevolge van de luchtweerstand, met andere woorden:

 

A:   constante, afhankelijk van de vorm van de renner (bij auto's spreekt men van de Cw-waarde)

n:   dichtheid lucht (kg/m3)

v:   snelheid coureur

 

m:   massa coureur + fiets

g:   zwaartekrachtversnelling (9,8 m/s2)

a:   hellingshoek in graden (45 graden komt overeen met 100 %)

 
Fz = Fw

Verder geldt:

Fz = m × g × sin a

en:  Fw = A × n × v2

 

 

 

In bovenstaand artikel is de hellingshoek niet meegenomen,

een ernstige fout die geen gevolgen heeft voor de eindconclusie, zoals we zullen zien)

 

 

Gelijkstellen geeft:

                                            m × g × sin a = A × n × v2       dus:

                                                                     

Omdat alle termen rechts van het gelijkteken (behalve m) als constanten

 kunnen worden beschouwd (aangenomen dat de coureur niet stiekem van

 vorm verandert tijdens de afdaling), schrijven we:

 

 

                                            constante

 

Of in gewone-mensen-taal: de snelheid van een dalende renner is evenredig

met de wortel uit de massa. Bijvoorbeeld als de renner twee keer zo zwaar is

en verder een gelijke A-waarde heeft  zal hij[1] een snelheid hebben

die Ö2 = 1,41 keer zo groot is als de lichtere renner.

 

Isn't science wonderfull  ??

 

Begrijpt u het nu ???????

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Vrouwen zijn meestal niet "twee keer zo zwaar", dus….